zondag 30 oktober 2011

Dromen

Ieder mens heeft zijn dromen. Sommigen dromen van wereldvrede, anderen van dure vakanties en weer anderen van beroemd worden. Maar volgens mij dromen de meeste mensen van veel geld winnen. Kijk maar naar de grote hoeveelheid mensen die wekelijks de lotto spelen en de gigantische bedragen die daarin omgaan. En soms gebeurt het ook; dan worden in een klap gewone mensen schatrijk. Nooit meer werken, nooit meer geld zorgen, altijd kunnen doen en laten wat je wilt, onafhankelijk zijn daar gaat het tenslotte om. Dus wanneer mensen grote bedragen winnen, wordt er in de media veel aandacht aan besteedt, want dit is iets wat de mensen willen lezen; een soort van feelgood-nieuws. En zo konden we deze week in de krant lezen dat een man met de inzet van 7,50 euro in het casino op de gokautomaten 2,1 miljoen won, en dat is een hele hoop geld.





Zelf hou ik ook van een gokje wagen. Ik doe dat meestal online bij 888. Ik heb daar nooit 2,1 miljoen gewonnen, maar over de loop der jaren heb ik toch wel mooie geld bedragen op gestreken. De kans dat ik hierdoor miljonair word is klein. Sowieso is de kans dat iemand door te gokken miljonair wordt klein, maar dat ik er plezier aan beleef is een vaststaand feit. Dromen blijken meestal gewoon bedrog te zijn, maar een paar uurtjes gezellig online spelen dat kan iedereen dat hoeft geen droom te blijven.

donderdag 27 oktober 2011

Crisis

Harold en ik hebben het financieel altijd goed gehad. Ik heb altijd kunnen werken voor mijn plezier, niet vanuit noodzaak en Willem-Jan heeft alle mogelijke kansen gekregen die ouders een kind maar kunnen geven. Men zou kunnen zeggen dat ik verwend ben, maar zo zie ik het niet. In mijn beleving heb ik in het leven ervoor gezorgd dat ik het minimale dat ik nodig heb ook krijg en dat betekent een goed huis, een  nieuwe auto en een aantal vakanties per jaar. Er zijn vrouwen die gemakkelijk met minder kunnen en die zoeken vast een andere echtgenoot uit. Eentje die geen advocaat is met een eigen kantoor. Daar is niks mis mee.



Waar wel wat mis mee is, is hoeveel Nederlanders in de problemen komen door de Eurocrisis; pensioenen gaan omlaag, mensen raken hun baan kwijt en kunnen de hypotheek niet meer betalen. Wat ik me afvraag is of dat echt allemaal nodig is. Nederland is een van de rijkste landen ter wereld en toch moet er steeds meer en meer bezuinigd worden. De regering, de banken, en de pensioenfondsen klagen steen en been, maar uiteindelijk gaat het hier om minder grote winsten en niet om een economie die volledig de grond in gaat.

Tijdens de Occupy protesten protesteren mensen over de hele wereld tegen kapitalisme, materialisme en de algemene behandeling van Jan met de pet. En terecht, want voor al die mensen die het minder goed hebben getroffen dan ik zijn dit toch moeilijke jaren  

zondag 23 oktober 2011

Ratten

Rotterdam heeft als stad de naam een vieze stad te zijn, waar er enkel gewerkt wordt en geen lol wordt beleefd. Amsterdam staat daarin tegen bekend als de uitgaansstad van Nederland. Jaarlijks komen er dan ook meer en meer toeristen naar Amsterdam. Amsterdam heeft dus haar goede reputatie hoog te houden, maar dat lukt natuurlijk niet als er in het wilde weg ratten rondrennen; 



Op het Marie Heinekenplein hebben ze al sinds acht maanden overlast van ratten. Als je de omwoners mag geloven dan gaat het hier om joekels van wel veertig centimeter. De ratten voelen zich zo op hun gemak op het plein dat men ze overdag rond ziet rennen. Ze hebben nesten gemaakt in de bloembakken op het plein en doen zich te goed aan rond slingerende afvalresten. De middenstanders rond het plein klagen en kijken naar de gemeente voor een oplossing. Tot nu toe heeft de gemeente niks gedaan, men wacht tot november want gedurende de zomer is het dweilen met de kraan open, aldus een vertegenwoordiger van de deelgemeente. Je zou denken dat juist gedurende de zomer maanden wanneer de mensen buiten zijn, kinderen buiten spelen en de overlast het hoogst is de noodzaak tot ingrijpen ook het hoogst is. Maar de heren volksvertegenwoordigers van de deelgemeente zullen het wel beter weten. Wellicht is het een idee om een rattenvanger met een fluit te laten komen, om de ratten met een aangenaam deuntje weg kan lokken. Hopelijk betaalt de deelgemeente deze man dan wel, want anders zijn straks ook alle kinderen weg.

Mona Lisa

Eens in de zoveel jaar gaan Harold en ik een weekendje naar Parijs. We vinden het heerlijk om door de stad te wandelen en alle bezienswaardigheden te bekijken. Wanneer ik in Parijs ben, wil ik ook altijd een dagje naar het Louvre. Van Harold hoeft dat niet zo nodig en dus doet hij het vooral voor mij. Zo komt het dat ik al enkele malen de Mona Lisa in het echt heb gezien. Dat is trouwens niet makkelijk in het Louvre, want op elk gegeven moment van de dag staan rijen dik toeristen zich te verdringen voor het schilderij en iedereen die zich maar een beetje in kunst verdiept heeft, weet dat de Mona Lisa maar een klein portret is.

De heren geleerden zijn er niet over eens van wie het portret nu eigenlijk is. Wie is toch die mysterieus lachende vrouw? Er wordt al decennia lang over gespeculeerd en men is lange duur van mening geweest dat de Mona Lisa wel eens een zelfportret van Da Vinci zou kunnen zijn. Deze  week heeft echter de directeur van het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut, Michael Kwakkelstein, tijdens een lezing in Florence geopperd dat het schilderij geen portret van iemand is, maar  een idealisering van schoonheid gevormd in een portret.




Hier over nadenkend vind ik dat  er wel wat zit in zijn theorie. Ten eerste heeft Da Vinci zo veel geschriften na gelaten, als hij in het echt zo'n beeldschone vrouw was tegengekomen en had geschilderd, dan had hij er vast ook over geschreven. Ten tweede spreekt het idee me erg aan dat Da Vinci middels een schilderij een beeld van schoonheid wilde weergeven en daarvoor het, in fantasie ontsproten, beeld van een schone vrouw op het canvas schilderde.

 De volgende keer in Parijs, zal ik vast met andere ogen naar de Mona Lisa kijken.  

Nobelprijs

De jaarlijkse uitreiking van de Nobelprijs is toch over het algemeen aan mannenaangelegenheid. Het komt niet  vaak voor dat vrouwen in de prijzen vallen. Des te leuker is het om in de krant te lezen dat dit jaar de Nobelprijs voor de vrede naar drie vrouwen is gegaan; de Libriaanese president Ellen Johnson Sirleaf, de Liberiaanase vrouwenactiviste Leymah Gbowee en de Jemenitische vrouwenactiviste Tawakkul Karman. Deze vrouwen zetten zich in voor de rechten van de vrouw in hun landen; een moeilijke, lange en gevaarlijke strijd. " Ze krijgen de prijs voor hun geweldloze strijd voor de veiligheid van vrouwen en voor de rechten van vrouwen om volledig deel te kunnen nemen aan de vredesopbouw ", al dus het nobelcomite.


Met de prijs komt het geld bedrag van 1,1 miljoen euro. Dit bedrag zal tussen de drie winnaressen verdeeld worden.  Het zal vast goed te pas komen in hun strijd.

 Wat ik mooi vind van het feit dat vrouwen de Nobelprijs voor vrede krijgen is dat het toch een erkenning is dat  vrouwen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan  vrede in hun eigen land en wereldwijd. Vaak wordt vrede en de politiek die daarbij hoort behandeld door mannen waar vrouwen niet aan te pas hoeven komen. Men vergeet daarbij wel even dat het  juist de mannen zijn die in eerste instantie oorlog hebben veroorzaakt en dat de grootste slachtoffers van oorlog vrouwen, moeders en kinderen zijn.

Geef maar vrouwen eens de kans om vrede te maken (die mannen maker er al eeuwen lang een zooitje van), want uiteindelijk zal geen een moeder haar zoon in gevaar brengen voor een beetje oorlogje voeren

In den beginne

Daar zit ik dan met een leeg wit blad voor me en een geduldig keyboard, en opeens zijn al mijn ideeen verdwenen. Maandenlang heb ik gefantaseerd over mijn eigen blog, mijn eigen stukje binnen de immense wereld van het internet en dan schiet me niks te binnen. Ze zeggen dan ook niet voor niks elk begin is moeilijk. Heb ik nu al een writers block?



Goed dan maar op de gemakkelijke toer en eerst wat over mezelf. Ik woon in Rotterdam, waar ik ook opgegroeid ben, heb een zoon Willem-Jan en ben getrouwd met Harold. Willem-Jan is dit jaar begonnen met een studie Economie aan de Erasmus universiteit en is op kamers gegaan. Hij woont nu in een kamer die verder weg is van de uni dan ons huis en die veel viezer is dan ons huis, maar hij stond erop dat hij het huis uit wilde. Ik verwacht dat hij tegen de Kerst weer hongerig en vervuild op de stoep staat.

Harold, mijn echtgenoot, is advocaat en heeft zijn eigen kantoor. En ik werk part -time als gastvrouw in een museum in Rotterdam. Onze gezamenlijke passie is eten. Dat wil zeggen ik kook en Harold eet (veel). Ik heb Harold maar  nog niks verteld over dit blog, want ik moet eerst maar kijken hoe het gaat..... hopelijk gaat het morgen beter.